Wat is yoga?

Het woord yoga komt uit het Sanskriet (de oude taal van India) en het betekent verbinden.

Het doel van yoga is verbinding. Verbinding of in andere woorden samenbrengen, verenigen, in evenwicht brengen. Het kan dan gaan om verbinding tussen je denken (hoofd) en gevoel (lichaam) of verbinding tussen jezelf en de ander. Maar ook het ervaren van een diepe verbondenheid met het leven in jezelf, de ander en het leven op aarde, de kosmos.

Het doel van yoga is ook Verlichting, een groot woord. Vertaald op het niveau van alledag gaat het om: verlichting van pijn(tjes), verlichting van moeilijkheden, lichter in het leven staan, met een verlicht verstand, rust en ruimte in het hoofd.

Het gaat ook om het levenslicht te realiseren dat je bij de geboorte hebt meegekregen. In die zin betekent verlichting ook bevrijding. Bevrijding van klachten, ongemakken en pijn.

Yoga is je bewust zijn. Het aanwezig zijn in het hier en nu. Je volledig te verbinden met het moment.

Bij yoga leer je meer te vertrouwen op waar jij je grenzen legt, je laat deze niet langer bepalen door anderen.

Hoe beoefen je yoga?

Beschouw het onderstaande niet als voorschriften, maar als handige richtlijnen. Durf je intuïtie te vertrouwen wanneer je je eigen oefenschema’s samenstelt. Op een gegeven moment leer je de houdingen aan te nemen die jouw lichaam op dat moment nodig heeft.

Aanwijzingen (Hatha) Yoga

Een asana is altijd opgebouwd uit vier onderdelen:

  1. Voorbereiding. Met de aandacht naar binnen. Niet reageren op prikkels van buiten
  2. Aannemen van de asana. Langzaam en met aandacht. Niet forceren. Laat het lichaam als vanzelf aannemen.
  3. Enige tijd in de houding blijven. Hoe intenser de spanning, hoe groter de spanning in de spieren, hoe heilzamer de werking. Rustig en natuurlijk ademhalen. Verdieping volgt vanzelf.
  4. Rusthouding. Ontspan en observeer de werking van de asana.

De ademhaling is belangrijk en bestaat uit vier onderdelen:

  1. De inademing. Is kracht.
  2. De pauze na de inademing.
  3. De uitademing.
  4. De pauze na de ademhaling.

De ademhaling geeft aan hoe je je op dat moment voelt, ademhaling is spanningsgevoelig. Door rustig en regelmatig te ademen geef je het lichaam het sein dat het veilig is. Door je aandacht te richten op de ademhaling kom je in het hier en nu en kun je gedachten en gevoelens loslaten.

Beginnen

  • Lees de oefeningen van te voren een keer door en leg de aantekeningen dan opzij. Doe de oefeningen zoals jij deze hebt opgenomen.
  • Hou de aandacht zoveel mogelijk in het hier en nu
  • Probeer negatieve gedachten niet te verdringen, voor het voelen haalt het niet uit of iets negatief of positief is. Neem waar, accepteer en ga terug naar je ademhaling en laat op een uitademing de gedachten wegstromen. Gedachten en gevoelens horen erbij. Je hoeft er op dit moment niet op in te gaan.
  • Voor de serie kun je een korte meditatie doen, zoals bijvoorbeeld de drie minuten meditatie.
  • Je kunt de serie verlengen met een (geleide) meditatie.

Oefenschema

Al oefenende kun je zelf je eigen houdingen samenstellen. Bij het samenstellen kun je rekening houden met:

  • het starten met een ontspanning, even zitten, bijv. de drie-minuten meditatie
  • een ademoefening naar keuze
  • één of meer oefeningen waarbij je je rug achterover buigt
  • één of meer oefeningen waarbij je je rug voorover buigt
  • eventueel één of meer andersoortige oefeningen (evenwicht, kracht, moed of op je lichaam, zoals gewrichten, rug, nek, schouders etc.)
  • een torsie (draai) naar links en rechts
  • een zijwaartse buiging naar links en rechts
  • ontspanning

Wanneer je een oefening doet waarbij je je rug achterover buigt, doe direct daarna altijd een vooroverbuiging, zoals de tang, hoofd-kniebuiging of mohammedaanse gebedshouding. Na een achteroverbuiging heeft de rug behoefte aan een tegenbeweging.

Begin en eindig elke oefensessie met een ontspanning. De beste houding hiervoor is de savasana. Neem na elke houding een minuut om waar te nemen. Liggend in de Rusthouding kun je observeren wat de oefeningen bij je teweegbrengen.